De nadruk tijdens de vierde campusreis van BT en Twynstra Gudde lag op de vraag hoe je een omgeving kunt aanbieden waarin startups kunnen uitgroeien naar betekenisvolle bedrijven. Maar ook reguliere bedrijvencampussen zaten weer in het programma, waaronder een bijzonder gestapeld bedrijfsverzamelgebouw.
Wie weet hoeveel sokkenfabrieken Nederland telt? Twee om precies te zijn. En dat in een land met inmiddels 18 miljoen mensen die jaarlijks toch snel 100 miljoen sokken verslijten. Uitgerekend één van die twee fabrieken staat in hartje Den Haag, op de vijfde verdieping van The New Farm. De vierde campusreis het afgelopen jaar eindigde bij deze voormalige gestapelde fabriek van Philips aan de Televisieweg. Het gebouw biedt inmiddels onderdak aan maakbedrijven, waaronder sokkenfabriek Sox2Sox. Andere huurders zijn onder meer viltfabriek i-did Factory en Eiber Bier. Het unieke is dat dit in een verticale setting gebeurt, verderop in dit artikel meer over dit pand.
Studiereis TG/BT: ‘Campussen, innovatiedistricten en startup hubs’
Na vier succesvolle eerdere edities, organiseren BT en Twynstra Gudde op woensdag 2 en donderdag 3 april aanstaande een vijfde campusstudiereis. Dit keer gaat de reis naar Utrecht en de Metropoolregio Amsterdam. Centrale vraag is: hoe campussen te organiseren en te financieren?
Tijdens de reis, onder inhoudelijke leiding van campus-expert Gregor Heemskerk (partner TwynstraGudde), onderzoeken we wat de lessons learned zijn van de volgende innovatie-hotspots: Utrecht Science Park, Dotslash (Utrecht Kanaleneiland), E|Sports Tech Campus in Purmerend, Health & Innovation District Amsterdam (HID), B. Amsterdam, Kenniskwartier Zuidas (Amsterdam). Klik hier om je aan te melden en meer informatie over het programma.
Media Park Hilversum: van besloten bedrijventerrein naar open campus

De studiereis startte op Media Park Hilversum. Een voorheen besloten bedrijventerrein dat de samenleving naar binnen wil halen. Daar is een goede reden voor. Media Park Hilversum is geen vanzelfsprekendheid meer. De content die online en op mobile devices wordt geconsumeerd, komt al lang niet meer allen uit de productiemachine die Hilversum ooit was.
Immersive-technieken
Daarom lonkt het Media Park Hilversum naar andere aan media gerelateerde industrieën, zoals immersive-technieken. Die worden ontwikkeld in de Media Innovatie Hub op het mediapark. Andere shared facilities zijn de Metaverse Werkplaats en het XR Lab.
Onder immersive media vallen een aantal mediatypes, waaronder AR (augmented reality) en VR (virtual reality). Deze worden steeds vaker buiten de media- of gamewereld ingezet om personeelstekorten op te vangen. Cruciaal voor het ontwikkelen van deze nieuwe techniek is samenwerking met Mediacollege Amsterdam.
Daarnaast moet het Media Park ook bruisender worden, en daarvoor hebben de gemeente, vastgoedeigenaar en bedrijven op het Media Park de campusorganisatie Media Campus NL opgetuigd, dat zowel innovatie als ‘een leven lang leren’ moet aanjagen en de community moet creëren.
RDM Campus Rotterdam: van werf naar ecosysteem

De RDM Campus op Heijplaat in Rotterdam huist in de oude loods van de Rotterdamse Droogdokmaatschappij (RDM). Het is een samenwerking tussen Havenbedrijf Rotterdam, Hogeschool Rotterdam en Techniek College Rotterdam. RDM Campus Rotterdam vormt samen met het te transformeren havengebied Merwe-Vierhavens (M4H) het Rotterdams Makers District.
Nadrukkelijke doelstelling is om hier ruimte te geven aan nieuwe maritieme maakindustrie en op te leiden voor de ‘banen van morgen’. Thema’s zijn digitalisering en energietransitie. Een van de successen van RDM is het bedrijf Ampelmann, dat weer haar oorsprong heeft in YES!Delft. Ampelmann ontwikkelt in de Onderzeebootloods bij RDM innovatieve, gestabiliseerde gangway-oplossingen voor de maritieme en offshore-industrie.
Duurzaamheid en innovatie
Jouke Goslinga, programmamanager RDM Campus, vertelt dat de RDM-campus ooit is ontwikkeld om de haven- en daaraan gerelateerde industrie niet voor de stad verloren te laten gaan. ‘Out of sight, is out of mind’, zegt hij. Zeker op de human capital markt, die steeds schaarser is. De RDM-campus moest ook bijdragen aan het oppoetsen van het clichébeeld van de haven van ‘John de Wolf en koud staal’. ‘Het mocht sexyer zijn, over duurzaamheid en innovatie gaan.’
Het Havenbedrijf bekostigt de campus. In het Innovation Dock van de RDM-campus komt dat echt tot leven. Waar er volgens Goslinga ooit meer organisaties waren die startups hielpen dan er startups waren, biedt de RDM-campus inmiddels onderdak aan tientallen startups, maar ook gearriveerde bedrijven en twee onderwijsinstellingen.
Goslinga benadrukt dat RDM onderdeel uitmaakt van een groter geheel: het Makersdistrict met een energiecluster in M4H. Wat de essentie is van het hele makersdistrict is learning by doing. ‘Het havenbedrijf en de gemeente zijn wel steeds kritischer op welke ruimtevragen ze wel of niet accommoderen. En maken daarbij de keuze voor start- en scale-ups die onderdeel uitmaken van duurzame – en innovatieve ketens die passen in het maritieme- en energieprofiel. Gelukkig hebben het havenbedrijf en de stad redelijk wat grondpositie en daarmee grip op het grondgebruik.’
Zeven belangrijke kernpunten
In het kort:
1. Een campus kan, onder druk van nieuwe businessmodellen en disruptieve technieken, bestaande sectoren helpen om te veranderen;
2. Een campus is cruciaal om een nieuwe generatie, die meer purpose driven is, te binden aan een conventionele industrie en deze ook helpen te verduurzamen;
3. Een permanent onderkomen is voor impactbedrijven enorm belangrijk om te kunnen floreren;
4. Een goede campus verdient structureel geld met als belangrijkste output-vereiste met het opleveren van startups en scale-ups en binden van talent;
5. Een fieldlab biedt ruimte om nog onbewezen technieken te testen alvorens deze grootschalig uit te rollen;
6. Waar de vastgoedmarkt graag vasthoudt aan bewezen concepten kan de overheid door zelf het goede voorbeeld te geven, de markt uitdagen dit voorbeeld (stapelen!) te volgen;
7. Samenvattend: campussen zijn als aanjager van innovatie een gevestigd onderdeel van de ruimtelijk economische organisatie van stedelijk Nederland. Uitdaging voor morgen is ruimte bieden aan startups en scale-ups, voor een economisch sterker, duurzamer en weerbaarder Nederland.
BlueCity Rotterdam van zwembad naar start-up incubator

De eerste bestemming op dag twee was BlueCity: de nieuwe naam voor het roemruchte subtropische zwemparadijs Tropicana aan de Maasboulevard in Rotterdam. Zoals de naam suggereert moet hier een nieuw soort economie ontstaan: een blauwe economie. Dit is een economisch model waarin afval niet meer bestaat, maar als grondstof terugkeert in verschillende productcyclussen.
Versnellen circulaire economie
Feitelijk ligt de nadruk in BlueCity op circulaire economie. BlueCity biedt start-ups begeleiding. Doel van de startupbegeleiding is het vroegtijdig ‘de-risken’ van het businessmodel van de startups. Om zo de kans van slagen van de startups te vergroten vertelt Guus Meijer, venture lead bij BlueCity. Daarnaast biedt de campus programma’s aan voor overige doelgroepen. En belangrijk deel van inkomsten haalt BlueCity uit verhuur en ventures. Alles wat BlueCity doet staat ten dienste aan één gemeenschappelijke doel: het versnellen van de circulaire economie. Dat gebeurt met een flinke dosis ondernemerschap, met hackathons, design thinking tot startup begeleiding.
In de catacomben van het oude Tropicana heeft zich een cluster van de meest uiteenlopende circulaire bedrijven genesteld. Uitdaging is nog wel doorgroei buiten de muren van BlueCity, waar beschikbare bedrijfsruimte schaars is. Een van de mogelijkheden die in zwang raakt is co-siting. Dat betekent feitelijk onder de paraplu van een ander bedrijf op hun terrein een productielocatie wordt geopend, leunend op de expertise en faciliteiten, én de aanwezige vergunningsparaplu.
Tropicana is ooit, na het faillissement, via een veiling in handen gekomen van impactinvesteerders. Maatschappelijk gebruik staat voorop. BlueCity heeft strategische partners, waaronder de gemeente Rotterdam, programmapartners, lab- en vastgoedpartners. Daarnaast krijgt BlueCity inkomsten van de marktpartijen die deelnemen aan de programma’s.
YES!Delft: de bekendste incubator van Nederland

Waar BlueCity grotendeels privaat gefinancierd is, is YES!Delft een publieke incubator met TU Delft, de gemeente Delft en Erasmus Universiteit als aandeelhouders. De incubator is een van de belangrijkste en meest impactvolle van Nederland. De incubator heeft sinds haar oprichting in 2005 meer dan 350 startups helpen groeien. Hiervan is meer dan 80 procent nog steeds actief. Het bedrijf Ampelmann is een van de meest tastbare erfenissen die uit YES!Delft is voorgekomen.
YES!Delft neemt als non-profit organisatie geen belang in startups. De intentie van de campus is dan ook niet om te verdienen aan de start-ups, als dit al mogelijk is, aldus Ras Lalmy, managing director bij YES!Delft.
Afhankelijk van incidenteel geld
De missie van YES!Delft is echter groter dan dat, namelijk startups optimaal ondersteunen en te laten groeien tot scale-ups om daarmee bij te dragen aan de innovatie-doelstellingen van de regio en Nederland als geheel. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan het toekomstige verdienvermogen en de werkgelegenheid, aldus Lalmy.
Het team van YES!Delft bestaat uit zo’n 25 fte en is dagelijks bezig om de kans op succes van startups zo groot mogelijk te maken. Dit doet YES!Delft met beproefde support-programma’s en door toegang te organiseren tot funding, talent en klanten.
De funding voor publieke incubators zelf blijft in Nederland deels afhankelijk van incidenteel geld: subsidies. Met incidenteel geld is het lastig om een langetermijnambitie te bouwen. De belangrijkste uitdaging voor de komende jaren is niet zozeer het groeiend aantal hoogwaardige startups te laten groeien, maar om hiervoor voldoende middelen te realiseren, aldus Lalmy.
The Green Village: fieldlab met minder regels

Op The Green Village – op steenworp afstand van YES!Delft – onderzoeken, experimenteren, valideren en demonstreren kennis- en onderwijsinstellingen, ondernemingen, overheden én burgers hun duurzame innovaties. Toen in 2008 het faculteitsgebouw van bouwkunde afbrandde, is besloten de vrijkomende ruimte te benutten voor een regelluw “openlucht-laboratorium” op TU Delft Campus met een focus op de gebouwde omgeving waar getest kan worden op wijk-, straat- en gebouwniveau.
Met toegang tot het innovatie-ecosysteem van de TU Delft ligt de wetenschap letterlijk om de hoek. Er wordt gewoond, gewerkt en geleerd. Het bijzondere is dat de experimenten plaats vinden in échte woningen waar mensen wonen. Er is een plug & play-infrastructuur met gebouwen, pleinen, straten en energiesystemen van de toekomst. Er rijden waterstofauto’s, er staat een testopstelling om met behulp van zonne-energie waterstof te produceren. Ook hier werkt een team van bijna 25 fte. Dat wordt gefinancierd door de TU Delft en Europa (via de provincie).
Innovatieopgaven van morgen
Er worden zo’n 200 projecten uitgevoerd waarvan er momenteel 100 ‘live’ zijn. Opdrachtgevers zijn private bedrijven (25%), start-up’s (50%) en wetenschappelijke instellingen (25%). Onderzoekers, studenten, startups, ondernemers en overheden werken op The Green Village elke dag aan de innovatieopgaven van vandaag en morgen.
Door aandacht te besteden aan technische, bedrijfseconomische, sociaal-maatschappelijke en regeltechnische- en beleidsmatige uitdagingen, helpt The Green Village innovatieve partijen te versnellen van theorie naar praktijk om daar impact te realiseren. Deze uitdagingen zijn in drie thema’s op te delen: duurzaam bouwen en renoveren (energiezuinig, circulair, biobased en natuurinclusief), toekomstig energiesysteem en klimaatadaptieve stad.
The New Farm: maakindustrie terug naar de stad

De studiereis eindigde bij The New Farm. The New Farm telt zeven lagen, met verdiepingshoogten van vijf meter, zware vloeren en goederenliften. Daarnaast is er in 2015 een kas op het dak gebouwd. Naast Binck Twins op de Binckhorst dat twee lagen telt (excl. parkeerdek), is The New Farm het enige gestapelde bedrijfsruimte-verzamelcomplex in Nederland. Zij het dat The New Farm niet als bedrijfsverzamelcomplex is gebouwd.
Na het vertrek van Philips fungeerde het een periode als kantoorgebouw (met verlaagde plafonds), en stond het verder leeg. Sox2Sox produceert nu op de vijfde verdieping sokken. Daarboven brouwt Eiber bier. Het voordeel van in gestapelde setting produceren is dat het lekker dicht bij huis kan, aldus de eigenaar van het sokkenbedrijf.
Meer bedrijvigheid op minder grond
Omdat er veel social impact bedrijven zijn gehuisvest die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een arbeidsplaats bieden, is nabijheid van belang. Daarnaast is gestapelde industrie een belangrijk instrument voor gemeenten om bedrijventerreinen beter te benutten en te intensiveren: meer bedrijvigheid op minder grond.
Vroeger lagen fabrieken in het centrum van de stad, de werknemers woonden eromheen. Toen vertrokken de meeste fabrieken. Als ze in Nederland bleven kwamen ze terecht op industriegebieden aan de rand van de stad. Dat kon omdat mensen auto’s hadden waardoor afstand minder een issue werd. De noodzaak van stapelen verdween. De suburbane fabriek telt doorgaans maar één laag.
Andere voordelen van stapelen zijn dat je door verticaal transport minder meters hoeft te lopen, de brouwerij (milieu categorie 5.1) op 40 meter hoogte amper hinder ondervindt van de 50 meter afstand-eis ten opzichte van omliggende woonbebouwing en werknemers van verschillende bedrijven elkaar in een verticale setting eerder tegenkomen, aldus Tanja Berntsen en Corine Keus, respectievelijk community manager en architect/supervisor van The New Farm.
En het is gewoon rustig werken op vijf hoog. ‘Niemand stoort ons’, aldus de eigenaar van de sokkenfabriek.
De meeste sokken komen vandaag de dag in containers met tienduizenden tegelijk uit China en Bangladesh. Sox2Sox laat zien dat je ook succesvol sokken kunt fabriceren in Den Haag. Daarbij wordt de onderneming geholpen door de relatief gunstige huisvestingsvoorwaarden van Starterspanden BV, waarmee de gemeente Den Haag als aandeelhouder ruimte voor maakbedrijven in de stad wil borgen, waarin de markt vooralsnog niet voorziet.
Ruimte grootste uitdaging
Samenvattend: campussen zijn als aanjager van innovatie een gevestigd onderdeel van de ruimtelijk economische organisatie van stedelijk Nederland. Uitdaging voor morgen is ruimte bieden aan start- en scale-ups, voor een economisch sterker, duurzamer en weerbaarder Nederland.